Gymnase de l’ENSA, zo maar een avond. Terwijl wij ons weer omkleden aan de zijkanten van de klimhal komt Fabrice, de opzichter, naar ons toe. Naast hem staat een ietwat schuchtere jongeman. Een heel erg jonge man. We stellen ons aan elkaar voor en zijn een half uurtje later vrienden voor het leven. Letterlijk...
Het valt niet mee om full-time te klimmen. Ook niet in een klimmekka zoals Chamonix. Ten eerste moet er brood worden betaald om van te leven. Daarnaast ben ik van mening dat het te overleven valt in een tentje (zoals mijn eerste 2 maanden), maar dat je pas fatsoenlijk je krachten kunt opbouwen vanuit een droog en warm kamertje. Ook die vind ik. Maar goed, om op brood te kauwen in een droog en warm hokje kost je wel wat: tijd. Het beste alternatief vind ik door nachtportier te spelen bij een groot hotel in het centrum. Dat kost me dan slechts drie dagen per week in het hoogseizoen. Soms wat minder als ik direct van mijn werk routes in stap. En één keer per week lukt me dat ook nog. Kortom: na twee jaar heb ik een leven als ‘full-time’ klimmer dan eindelijk voor elkaar. Dan het werk nog. Veel jongens die ik hier heb leren kennen bereiden zich bijvoorbeeld voor op de gidsenopleiding. En na enig wikken en wegen ga ik daar ook 100% voor. Wellicht dat je wel een volslagen oninteressante tocht maakt met je klant, maar op z’n minst blijft de conditie dan op peil, en met een beetje mazzel je touwtechnieken ook. De jaren trekken voorbij en ik geniet met volle teugen.
Zoals ik ingenieur werd en later besloot dat ik de rest van m’n leven te gaan klimmen, zo heeft Frédéric besloten om toch maar te gaan studeren. In september zal hij de gore-tex jas hebben verruild voor een net jasje en een dasje. Want hij wil graag het heertje zijn op zijn opleiding tot ‘hotello’.
En toen maakten we die ene tocht. Zijn allerlaatste.
Zoals ik al eerder over Didier schreef: Merde Freddo, tu était trop jeune de mourir...
Welkom op 09-06-2007
ideale buikspiertraining: overgooien met een loodzware bal